Na lange Visserijraad toch een korting in zeedagen
De Visserijraad is afgerond met uiteindelijk voor Nederland gemengde resultaten. Het is positief dat de quota van de geassocieerde bestanden tarbot, griet, schar, bot en roggen gelijk zijn gebleven aan vorig jaar. De quota voor schol en tong stijgen met 15 procent.
Dit geeft aan dat het met deze voor Nederlandse essentiële Noordzeebestanden heel goed gaat: alle lichten staan op groen. Daarom is het extra zuur dat het aantal zeedagen totaal onnodig is gekort met 10 procent voor de boomkorkotters, hetgeen verband houdt met het beheerplan tong en schol. Hoe kan het extra quotum dan opgevangen worden? De niet boomkorkotters, zoals twinriggers, krijgen zelfs 18 procent minder zeedagen in 2012. Deze korting houdt verband met het herstelplan voor de Noordzeekabeljauw, een vissoort waarvan Nederland maar een marginaal aandeel in het Noordzeequotum heeft.
Voor wat betreft de pelagische bestanden was met Noorwegen al besloten om de TAC voor Noordzeeharing met 103 procent te verhogen. De blauwe wijting TAC gaat na de extreme korting met 92 procent in 2011, die een vergissing was, weer omhoog naar 391.000 ton.
De quota voor makreel en westelijke horsmakreel worden voorlopig slechts voor een deel uitgedeeld. Dit is omdat de makreelonderhandelingen tussen de EU, Noorwegen, IJsland en Faroer vorige week in Ierland wederom zijn vastgelopen en eind januari 2012 worden voortgezet. De voor Nederland belangrijke TACs voor Noordzeehorsmakreel en zilversmelt worden helaas en zonder enig goede reden met resp. 5 procent en 8 procent gekort. De EC stelde overigens een nog hogere korting voor.
Tijdens de Raad presenteerde de EC eindelijk haar voorstel om handelssancties te kunnen treffen tegen landen die niet duurzaam vissen op gezamenlijke bestanden. Op deze maatregel heeft de pelagische industrie aangedrongen om IJsland en Faroer weer binnen verantwoord makreelbeheer te brengen. Het komt er nu natuurlijk op neer om snel hierover een besluit te nemen.
Bron: Productschap Vis
